De droogmakerij quiz

Arbeiders baggeren het veenslijk weg voor de aanleg van een ringvaart.

Heb je de pagina ‘Droge voeten’ over de droogmaking van Nieuwkoop goed gelezen? Beantwoord dan de 10 vragen hieronder.

Heb je een blaadje en een potlood of een pen gevonden? Dan kun je jouw antwoorden daar op schrijven.

1. Hoe kwam het dat de plas in Nieuwkoop zo groot was geworden dat er steeds minder land was?
a. door het afgraven van veen voor turf
b. doordat het er heel vaak regende
c. Nieuwkoop lag erg diep, water uit de buurt stroomde naar Nieuwkoop toe

2. Hoe heetten de Nieuwkoopse Plassen toen de droogmaking begon?
a. De Groote Plassen
b. Kleine Nieucoopse Poel
c. Groote Nieucoopse Poel

3. Hoe werd het ‘dier’ genoemd waarvoor de inwoners van Nieuwkoop bang waren, omdat deze voor een overstroming kon zorgen?
a. de zeeduivel
b. de waterwolf
c. het Monster van Lochness

4. Waarom duurde het zo lang voordat begonnen werd met de droogmaking?
a. er was oorlog
b. de droogmaking was erg duur
c. ze wisten niet hoe ze het precies moesten doen

5. Hoe groot was de waterplas die droog gemaakt moest worden?
a. 3.580 hectare
b. 4.285 hectare
c. 5.345 hectare

6. In welk jaar startte de droogmaking van de Nieucoopse Polder echt?
a. 1787
b. 1794
c. 1797

7. Welke gebouwen waren heel belangrijk bij de droogmaking?
a. molens
b. kerken
c. scholen

8. Wat zie je op de foto?

a. een vijzelmolen
b. een schepradmolen
c. een windmolen


9. Hoe heetten de mannen die de kaarten tekenden voor de droogmakerij?
a. landmeters
b. landarbeiders
c. tekenaars

10. Om het land na de droogmaking geschikt te maken voor landbouw zaaiden ze eerst een bepaald soort zaad in. Welk zaad was dit?
a. lijnzaad
b. vogelzaad
c. koolzaad

Klaar?

Heb je alle vragen beantwoord? Kijk dan hoeveel vragen je goed hebt via het antwoordenlijstje.