Hennepteelt

In veel Hollandse dorpen werd al in de 14de eeuw hennep verbouwd. In Nieuwkoop kwam de teelt van dit gewas pas in de 16de eeuw op gang. In de eerste helft van de 17de eeuw verbouwden heel veel Nieuwkopers hennep. Omdat er minder vraag naar henneptouw kwam, stopten steeds meer Nieuwkopers met de teelt. Toen de 19de eeuw bijna begon, was er niets meer over van de hennepwerven in Nieuwkoop.

De hennepstengels liggen in de sloten om te laten roten.

De derrie-achtige bodem in veendorpen, zoals in Nieuwkoop, was erg geschikt voor hennepteelt. De hennepboeren moesten wel flink veel mest op de grond uitstrooien. In de late middeleeuwen werd de lijnolie in het zaad van de hennep belangrijk. Maar niet lang daarna ontdekten ze dat je van de vezels van hennep stevige touwen, zeildoeken en visnetten kon maken.

Door de snelle groei van de scheepvaart en haringvisserij in de 16de en 17de eeuw was er veel vraag naar hennep.

Hennepwerven

Hennepstengels groeien hard en zijn na 3 maanden al ruim 2 meter hoog.

De hennep werd op kleine stukjes grond geteeld. Deze ‘tuinderijen’ noem je hennepwerven. Werven komt van worven en betekent ‘opgehoogd stuk grond langs het water’. Hennepwerven vond je in die tijd dichtbij boerderijen langs de wegen. De werven waren aan alle kanten omringd door sloten. Greppeltjes zorgden voor het afvoeren van het water, want er was heel veel water nodig om hennep te verbouwen en te bewerken.

Hennep kon elk jaar op hetzelfde stukje grond geteeld worden. Dat kan niet met alle planten en gewassen. Sommige gewassen putten de grond uit. Dat gold niet voor hennep. Ook groeide de hennep, een gewas, heel snel. De volwassen planten waren al na 3 of 4 maanden 2 tot 3 meter hoog.

In mei werd het hennepzaad met de hand uitgestrooid, in augustus en september werden de planten geoogst. Het oogsten gebeurde door de planten met wortel en al uit de grond te trekken.

Hekelen

Vrouwen spinnen touw van de hennepdraden.

Om de taaie hennepvezels na het oogsten te bewerken, gebruikten de mensen een hekel. Dit was vooral een klusje dat de vrouwen deden. Met de hekel werden de vezels van de hennepplanten tot een lange gladde bundel gevormd. Met de hekel werden ook direct vuil en harde stukken verwijderd en de vezels gekamd. Hiervoor gebruikten ze een speciale olie.


Het hekelen ging meestal in drie fasen waarbij van grof naar fijn wordt gewerkt. De hekelaar sloeg een bundel hennep om zijn hand en haalde het deel dat uitstak over de hekel. Als hierdoor mooie draden waren gevormd, kon van de hennep touw gesponnen worden (zie de foto).

In 1572 waren er langs de Nieuwkoopse dijk op elke 2 tot 3 huizen 1 of meer hennepwerven te vinden. In totaal was er in de periode 4,3 hectare* hennepwerf in Nieuwkoop.

*1 hectare is ongeveer even groot als 2 voetbalvelden

Lijndraaier

Het touwdraaien op een lijnbaan.

In de jaren dat van hennep touw werd gemaakt, was er de ambacht lijndraaien. De lijndraaier kocht de hennep van de boeren uit de omgeving en verwerkte dit tot touw. Op touwslagerijen (lijnbanen) bedienden vooral veel kinderen het wiel. Het draaien of slaan van zwaardere kabels (touwen) deden de mannen. Deze grotere kabels maakten ze door drie touwen in elkaar te draaien. Dit deden ze op een lijnbaan. De touwen moesten heel precies in elkaar worden gedraaid, want deze werden gebruikt op schepen. Te slap gedraaid touw brak, maar als de kabel te strak in elkaar was gedraaid, kon het ook kapot gaan.

Het gehele proces

Wil je meer lezen en zien over hoe de hennepteelt van begin tot eind in zijn werk ging, Streekmuseum Krimpenerwaard heeft er een mooi werkstuk van gemaakt. De hennepboeren daar werkten wellicht iets anders dan de Nieuwkoopse boeren, veel komt overeen.
Bekijk dit werkstuk